HOME of Terug naar Humanistisch Cursief wegwijzer 2

Hendrik van Veldeke 2de helft van de 12 de eeuw

 

Hendrik van Veldeke, geïdealiseerd zelfportret uit de Codex Manesse, 2de helft van de 12de eeuw.

Hendrik van Veldeke, geïdealiseerd zelfportret uit de Codex Manesse, 2de helft van de 12de eeuw.

St.- Servaaslegende
Fragment uit de Eneasroman.


Hendrik van Veldeke is afkomstig uit de omgeving van Hasselt (Belgisch Limburg). Hij is de eerste Nederlandse schrijver die we bij naam kennen. Zijn werk wordt zowel tot de Duitse als de Nederlandse literatuur gerekend.

Van Veldeke was een ontwikkeld man en hij bezat een degelijke kennis van Latijn en Frans. Hij schreef
de Servaaslegende in het Limburgs, zijn moedertaal.

In 1174 begon hij aan een ridderverhaal over de Trojaanse held Eneas, gebaseerd op een Franse roman, die kort daarvoor was gepubliceerd. Hij was kennelijk goed op de hoogte van de nieuwste literatuur. Aan de Eneasroman is een korte anekdote verbonden. Van Veldeke toonde de onvoltooide tekst van het manuscript op een bruiloft in Kleef (in de buurt van Nijmegen). Het manuscript werd echter gestolen door de broer van de bruidegom. Pas negen jaar later kreeg van Veldeke het manuscript terug en kon hij het verder afwerken.

Deze diefstal laat zien hoe populair het werk van Veldeke wel moet geweest zijn. Ook zijn hoofse minnepoëzie was geliefd aan de adellijke hoven. Hij verbleef zelfs enige tijd aan het hof van de Duitse keizer, een van de machtigste mannen uit die tijd. Van deze hoofse liefdesliederen zijn er zo'n dertig bewaard gebleven.


In het volgende liedje verlangt de dichter naar zijn geliefde. Hij wordt blij als hij aan haar denkt, net zo blij als wanneer hij de vogels hoort zingen:

Ez tuont diu vogelîn schîn,
Daz siu die boume sehent gebluot,
Ir sanc machet mir den muot
Sô guot, daz ich vrô bin
Noch trûric niht kan sîn.
Got êre sî, diu mir daz tuot,
Al über den Rîn,
Daz mir der sorgen ist gebuot,
Aldâ mîn lîp verre ist in ellende.

De vogels laten weten
dat ze de bomen in bloei zien staan.
Hun lied stemt mij
zo goed dat ik vrolijk ben
en niet treurig kan zijn.
God moge haar eren die ditzelfde bij mij losmaakt
vanaf de overkant van de Rijn
zodat mijn zorgen verdwijnen
hoewel ik in een ver vreemd land ben.

Als je de liederen van Hendrik van Veldeke en die uit de middeleeuwse lyriek over 't algemeen onderling vergelijkt merk je op dat de dichters nogal eens dikwijls beeldspraak en motieven uit elkaars poëzie overnemen. Van Veldeke begint zijn lied met een beeld uit de natuur, waarin de stemming van de dichter tot uitdrukking komt. Honderden middeleeuwse liederen beginnen met zo'n 'Natureingang'.

Bron tekst en afbeeldingen: Literatuurgeschiedenis.nl Afbeelding: Hendrik van Veldeke, miniatuur uit de beroemde Codex Manesse